slide1.jpgslide2.jpgslide3.jpg

Verzorging van kuif- en baardkuifhoenders

Bij het zien van kuif- of baardkuifhoenders in een tentoonstellingskooi, wordt vaak de vraag gesteld of deze dieren met hun fraaie kuiven altijd apart in een kooi blijven zitten. Deze gedachte is natuurlijk geheel onjuist. Een kuifhoen wordt net als alle andere kippen, gewoon met meerdere in een kippenhok gehouden.
De kuif- en baardkuifhoenders zijn bijzonder geschikt om als sporthoen te worden gehouden. De fraaie kuiven die ze meedragen, hoeven echt geen belemmering te zijn. De witte kuifveren van de Hollandse witkuiven zijn minder stug dan die van de baardkuifhoenders. Deze kuiven zijn wat vaster en steviger en worden daardoor niet zo gauw vuil. Men moet wel zorgen, dat het hok goed droog en luchtig is, dit geldt ook voor de bodembedekking. Wel kunnen we ze, en vooral de baardkuiven in een open ren of in de tuin laten lopen. Dit doet geen kwaad voor de kuiven. Ook strenge koude verdragen ze even goed als alle andere hoenderrassen. Doordat geen kammen en bij de baardkuifhoenders ook geen lellen aanwezig zijn, kunnen deze niet bevriezen, wat bij hoenders nog wel eens voorkomt (insmeren met vaseline.) Het geeft zelfs een fraaie aanblik om wat kuifhoenders of b.v. gezoomde baardkuifhoenders in de tuin of op het erf te zien rondscharrelen. Het voordeel van loslopende kippen is, dat de bevruchting vaak heel goed is, ze weten daar groen en dierlijk voedsel te vinden dat ze als aanvulling het meest nodig hebben. Voor grote hoenders is het aan te bevelen vrij vroeg in het voorjaar te broeden, voor krielen mag het wel iets later zijn.
Tijdens de fok, of liever gezegd na het tentoonstellingsseizoen, knippen we wat veren rond de ogen weg zodat de dieren goed kunnen zien en het zonlicht ook op de oogzenuw kan schijnen en het netvlies kan treffen. Sommige fokkers knippen de gehele kuif weg, wat natuurlijk wel goed is, maar niet zo'n fraaie aanblik geeft, want we missen het mooie van het kuifhoen. Zoals we reeds eerder vermeldden, zorgen we vooral voor een luchtig hok. Het meest aan te bevelen is een z.g. open fronthok, met een mestplank en zitstok achterin.
Kleine nachthokjes zien er wel mooi uit, maar 's winters zijn ze vaak vochtig en 's zomers erg warm, hierdoor ontstaat gemakkelijk luisvorming. Er bestaan meerdere soorten luizen en mijten. Bij kuifhoenders is de kuif de plaats waar luizen of ongedierte zich graag ophouden en voortplanten. Ook de staartpartij en het onderdons zijn geliefde broedplaatsen. Regelmatig dienen we dus de kuiven te controleren op aanwezigheid van z.g. medebewoners. Er zijn meerdere bestrijdingsmiddelen in de handel en een goede dierenspeciaalzaak zal zeker een juist middel aanbevelen. Ook kan men de kuiven met een goede zeep wassen.
Wanneer we als bodembedekking strooisel in het hok gebruiken, dan dienen we wel een bak of ruimte vrij te houden voor een droge zandbak. De kippen hebben er veel behoefte aan om regelmatig een stofbad te nemen. Ook droog zand b.v. metselzand als bedekking, is heel goed. Het is ons bekend, dat kuifhoenfokkers deze methode meer dan 50 jaar met succes toepassen.
Als waterbak gebruiken we voor kuifhoenders die bakken, die bij het drinken weinig knoeien, waar de kuiven dus niet in blijven hangen. Wanneer dit wel gebeurt, worden ze nat, daarna gaan ze in de voerbak of in het strooisel pikken, met als resultaat een vieze klonterige massa aan de kuifveren, hetgeen lastig voor het dier is en een lelijk gezicht voor de bezoeker. Ook kan het tot gevolg hebben, dat de ogen ontstoken raken: de kleine veertjes rondom de ogen gaan met het vuil in de ogen zitten. Het beste advies is om de zgn. fonteinbakjes te gebruiken (met een tuitje eraan), die van plastic of zink gemaakt kunnen worden. Ze moeten goed schoongemaakt kunnen worden, wat wel meer aandacht vraagt. Gewone plastic drinktorens voldoen ook goed.
Hetgeen we over de drinkbakken schrijven, geldt ook voor de voederbakken. Deze dienen zo te zijn, dat voorkomen moet worden, dat de hele kuif er in hangt. We kennen het voeder zowel in meel dan wel in korrelvorm. Korrelvoer is gemakkelijker te voeren, het knoeit niet, maar het nadeel is, dat sommige dieren snel en veel eten, zich dan vervelen en gaan verenpikken. Een geliefde plaats is de kuif, en eenmaal gedaan, komt er nooit een eind. Het is een zeer vervelende en slechte gewoonte.
Bij het nuttigen van meelvoer hebben de dieren veel meer tijd nodig om voldoende te eten, ze pikken bijna de hele dag. De kans op vuil worden van kuif of baard is wel iets groter, echter bij de meeste valt het erg mee. Ook wat graan en groenvoer is, net als bij alle kippen, aan te bevelen.
De kuif- en baardkuifhoenders zijn vlijtige en erg prettige gezelschapskippen en wanneer men de bovenstaande regels in acht neemt, zal het spoedig duidelijk worden waarom de kuif- en baardkuifhoenders in staat zijn fokkers jaren aan zich te binden.

Joomla templates by a4joomla